|
Christian
Holmén en Dick Sundevall
Drie broers
Samenvatting
en achtergrond
Op 26 februari 2002 wordt in Rinkey, een buitenwijk van Stockholm
waar bijna uitsluitend allochtone Zweden wonen, een afschuwelijke
moord gepleegd. Om drie minuten voor twaalf wordt in de hal
van het metrostation een negentienjarige jongen vermoord.
Er worden elf kogels op hem afgevuurd. Binnen enkele dagen
arresteert de Stockholmse politie vier jongens, de drie Koerdische
broers Önder, Orhan en Özkan Yildiz en hun neef Ayhan Yildiz.
De rechtbank veroordeelt de vier voor moord met voorbedachten
rade, respectievelijk medeplichtigheid aan moord, zonder dat
men heeft kunnen vaststellen wie de moord heeft gepleegd.
In hoger beroep bekent de dan zeventienjarige Orhan dat hij
de dodelijke schoten heeft gelost en verklaart tevens dat
zijn twee broers niet op de plaats van het misdrijf zijn geweest.
Hoewel er talloze getuigen zijn die zijn verklaring bevestigen
en er zelfs diverse ooggetuigen zijn die de twee broers op
de avond van de moord in Gävle hebben gezien (ruim 150 km
ten noorden van Stockholm), gelooft het hooggerechtshof hen
niet. Orhan, die minderjarig is wordt veroordeeld tot de maximale
straf van vier jaar jeugd-tbs. Zijn twee broers Önder en Özkan
krijgen levenslange, resp. tien jaar gevangenisstraf. Gerechtelijke
dwaling In hun bekroonde boek "Drie broers" beschrijven de
onderzoeksjournalisten Christian Holmén en Dick Sundevall
de zaak-Rinkeby tot in het kleinste detail. De reconstructie
van de moord, de jacht door de politie, de arrestaties en
- het belangrijkste - de volledige rechtszaak. Ze hebben elk
politiedossier gelezen, alle verhoren en rechtbankverslagen
uitgespit en geanalyseerd, alle betrokkenen en alle getuigen
opnieuw gehoord en komen, met de lezer van het boek, tot de
onontkoombare conclusie: de Zweedse rechtbank heeft twee onschuldigen
veroordeeld. Önder en Özkan Yildiz zitten op dit moment al
meer dan vier jaar in een Zweedse cel, veroordeeld voor een
moord die ze niet hebben gepleegd. Volgens nagenoeg alle Zweedse
media die de zaak hebben gevolgd, is de zaak van de broers
Yildiz een van de grootste dwalingen in de Zweedse rechtsgeschiedenis.
----------------------------------------------------------------------------------------------
ACHTERGRONDARTIKEL
IN DE ZWEEDSE KRANT
DAGENS NYHETER VAN 7 mei 2006 (SAMENVATTING)
Politie heeft getuigenverklaring achtergehouden
ONSCHULDIG VEROORDEELD VOOR
RINKEBYMOORD
(door: Olle Schubert, Henrik Westander en Dick Sundevall)
(Stockholm, 7 mei) In de beruchte zaak van de Rinkebymoord
zijn twee jonge mannen veroordeeld tot levenslange respectievelijk
tien jaar gevangenisstraf. Nu blijkt uit een op de band opgenomen
verklaring van de kroongetuige van het OM, dat de politie
belangrijke informatie voor de rechtbank heeft achtergehouden.
Dit heeft ertoe geleid dat twee broers onschuldig wegens moord
zijn veroordeeld. Vandaag zal bij het Ministerie van Justitie
een verzoek worden ingediend nader onderzoek te doen naar
de rechtspleging in deze zaak. Op 1 oktober 2002 werden door
het hooggerechtshof vier mannen schuldig bevonden aan moord
met voorbedachten rade op de zeventienjarige Radu Ascinia
op 26 februari 2002 in het metrostation van Rinkeby. Een van
de vier, de toen 17-jarige Orhan Yildiz, heeft in hoger beroep
voor het hof bekend dat hij de moord heeft gepleegd en zijn
neef Ayhan heeft bekend dat hij op de plaats van de moord
aanwezig was.
Ara
Echter,
de twee anderen, de broers Özkan en Önder Yildiz, hebben vanaf
het allereerste begin verklaard dat ze ten tijde van de moord
in Gävle waren, zo`n 150 km ten noorden van Stockholm. Ondanks
het feit dat niemand de twee broers op de plaats van de moord
heeft gezien en vele getuigen bevestigen dat zij ten tijde
van de moord in Gävle waren, worden ze veroordeeld. Het vonnis
is door velen bekritiseerd omdat de bewijsvoering uiterst
zwak was (zie o.a. het boek "Drie broers" - Tre bröder- en
de website www.rinkebymordet.se). De enige aanwijzing waarop
de rechtbank haar veroordeling baseerde, is de bewering tijdens
het vooronderzoek door slechts één persoon die zegt dat de
twee broers aan de moord hebben deelgenomen - die ene persoon
is de psychisch gestoorde, aan heroďne verslaafde Ara, een
oom van de drie broers van wie in het dossier vermeld staat
dat hij een aan een "ernstige persoonlijkheidsstoornis lijdt
van het type 'borderline' met narcistische en anti-sociale
trekken." Liegen Voor de rechtbank trok Ara zijn verklaring
weer in en zei dat hij over hun betrokkenheid had gelogen
om zijn eigen huid te redden, aangezien hij zelf ook verdacht
werd van medeplichtigheid. Toch bleek zijn verklaring in het
vooronderzoek beslissend voor de veroordeling van de twee
broers, zowel door de rechtbank als in hoger beroep door het
hooggerechtshof. Een verpleegkundige van het afkickcentrum
waar Ara destijds verbleef, verklaarde tegenover de politie
dat hij enkele dagen na de moord had verteld dat hij had "gezien"
dat zijn familie "een man doodschoot". Toen de verpleegkundige
had gevraagd of hij er zelf ook bij betrokken was, had Ara
gezegd "dat hij er niet op die manier bij betrokken was" maar
dat hij wel zijn "familie had zien schieten." Deze informatie
was zeer belangrijk, omdat het duidelijk maakt dat Ara zelf
op de plek van de moord aanwezig was, wat hij tegenwoordig
ook erkent. Eerder was het onduidelijk wie Ara bedoelde met
"zijn familie". Was het Orhan, Özkan of Önder? Nu kan worden
onthuld dat Ara destijds al aan de politie heeft verteld dat
Orhan de moordenaar was - maar die informatie werd voor de
advocaten en de rechters door de politie achtergehouden.
Verhoor
Enkele dagen na zijn gesprek met de verpleegkundige werd Ara
aangehouden en aangeklaagd wegens medeplichtigheid aan moord.
Daarbij verklaarde hij dat hij onschuldig was en van de moord
eigenlijk niets meer wist dan wat hij erover op tv had gezien.
Nadat de kaartjescontroleur van de metro tien dagen erna verklaard
had dat hij Ara op de plek van de moord had gezien, deed hij
in zijn cel een poging tot zelfmoord. Een dag na deze (mislukte)
zelfmoordpoging verzocht Ara om een onderhoud met de politie.
Ara`s advocaat weigerde zijn medewerking aan dit verhoor,
omdat hij vond dat de psychische gesteldheid van zijn cliënt
te slecht was voor een verhoor. De politie liet het verhoor
toch doorgaan, zonder aanwezigheid van de advocaat. In dit
verhoor verklaart Ara dat hij zelf niet op de plaats van de
moord is geweest, maar dat hij weet dat Orhan, Özkan en Önder
de moord hebben gepleegd, samen met hun neef Ayhan, op dat
moment alle vier verdachten van wie hij weet dat ze in hechtenis
zitten. Deze verklaring komt dus van een van moord verdachte,
psychisch gestoorde heroďneverslaafde, die zelf al eerder
voor meer dan veertig verschillende misdrijven is veroordeeld.
Dit, zo heeft hij later verklaard, was de eerste keer in zijn
leven dat de politie hem geloofde. Geluidsband Ara is door
de politie vervolgens in totaal zes keer verhoord, achtereenvolgens
op 25, 26, 27, 28 maart en op 3 april 2002. Alleen het eerste
verhoor is in zijn geheel uitgeschreven. Van de overige verhoren
hebben de rechters en advocaten alleen een samenvatting gekregen.
In het eerste verhoor is een verward persoon aan het woord
die niets concreets kan vertellen over de beweerde betrokkenheid
van zijn familieleden. In de samenvatting van de overige vijf
verhoren lijkt Ara een meer helder en meer geloofwaardig verhaal
te vertellen, maar wat hij toen echt heeft gezegd, heeft niemand
ooit geweten - tot vandaag, meer dan vier jaar later. Nu er
opeens in het archief van de Stockholmse politie een geluidsband
bewaard blijkt te zijn van het verhoor op 26 maart. In dit
verhoor zegt de leider van het verhoor tegen Ara: "In het
begin, toen we elkaar voor het eerst spraken, heb je tegen
ons gezegd dat je er 190 procent zeker van was wie de dader
was." Ara: "Orhan dus." De leider van het verhoor: "Ja." Ara
- de kroongetuige van het OM tegen Özkan en Önder - had dus
al bij een eerder verhoor met "190 procent" zekerheid Orhan
als de moordenaar aangewezen. Dit feit wordt in de samenvatting
van de verhoren verzwegen en evenmin vermeld in de overige
documentatie van het vooronderzoek door de politie. Noch de
advocaten, noch de leden van de rechtbank waren dus van dit
feit op de hoogte.
Zand in de ogen
Pas
nu weten we dus dat Ara niet alleen tegen het verpleegkundig
personeel verteld heeft dat hij had "gezien" dat zijn familie
"een man doodschoot", maar we weten nu ook dat hij de politie
toen al verteld heeft dat hij wist dat Orhan de moordenaar
was! Dit is onverenigbaar met Ara`s eerdere verklaring waarbij
hij Özkan en Orhan als moordenaars aanwees. Toen beweerde
hij: ten eerste dat hij zelf niet op de plaats van de moord
was geweest en ten tweede dat hij niet wist wie van de betrokken
had geschoten, zelfs toen hij keer op keer verklaarde dat
Özkan erbij betrokken was. Als de politie verslag had gedaan
van het feit dat Ara al in een vroeg stadium Orhan als moordenaar
had aangewezen, dan hadden de rechters met aan zekerheid grenzende
waarschijnlijkheid begrepen dat Ara loog toen hij Özkan en
Önder aanwees als medeplichtig aan de moord. Beide zouden
in dat geval in vrijheid zijn gesteld. Maar de rechters werd
zand in de ogen gestrooid en toen Orhan later in hoger beroep
bekende dat hij, in afwezigheid van zijn twee broers, de moord
had gepleegd, wees het hooggerechtshof zijn verklaring van
de hand met het argument dat hij "kennelijk geprobeerd heeft
zijn broers Özkan en Önder van een vals alibi te voorzien."
Vandaag heeft de het recentelijk opgerichte Rinkeby-comité
bij het Ministerie van Justitie het verzoek ingediend om twintig
van de belangrijkste missers in het onderzoek naar de Rinkeby-moord
nader te onderzoeken (voor een volledig overzicht van alle
fouten die volgens het Rinkeby-comité zijn gemaakt, zie: www.rinkebymordet.se)
Voor het volledige artikel in Dagens Nyheter, zie: http://www.dn.se/DNet/jsp/polopoly.jsp?a=542817
|

"Dit spannende en waarheidsgetrouwe boek toont onweerlegbaar
de onschuld aan van twee veroordeelden; een inktzwarte beschrijving
van de Zweedse rechtstaat" - Göteborgs-Posten
|