|
De journalisten Dick Sundevall en Christian Holmén van het dagblad
Expressen bogen zich over de zaak en schreven het boek 'Tre Bröder',
waarin ze niets heel laten van de bewijsvoering door het OM (zie kader).
Het boek werd bekroond met de 'Gouden Spade' de jaarlijkse prijs voor
onderzoeksjournalistiek. De Nederlandse Scandinaviste Renée Lelieveld
trok zich het lot van de broers aan, vertaalde het boek van Holmén en
Sundevall ('Drie Broers')wist een Nederlandse uitgever te bewegen het
boek uit te geven en publiceerde onlangs een open brief in diverse Zweedse
kranten. Afgelopen week zocht ze de gebroeders Yildiz op in hun cel.
Het lage, bruin-gele gevangenisgebouw van Norrtälje, zestig kilometer
ten noorden Stockholm, lijkt aan de buitenkant op een betonnen bunker
ter grootte van vier voetbalvelden. Hier zit Özkan. Zijn broer Önder
zit in Täby, zo'n dertig metrominuten en een kwartier lopen ervandaan.
Bij binnenkomst in beide gevangenissen moet ik mijn mobieltje afgeven
en wordt mijn tas grondig doorzocht. Met moeite krijg ik toestemming
om mijn cassetterecorder mee naar binnen te nemen. Özkan Yildiz ziet
er slecht uit, veel ouder dan op de coverfoto van 'Drie Broers'. De
afgelopen vijf jaar zijn duidelijk aan hem af te lezen. "Je moet in
mijn huid kruipen om te weten hoe het voelt, het is onbeschrijflijk,"
zegt Özkan over de dag dat hij gearresteerd werd, nu meer dan vijf jaar
geleden Hij kijkt naar de muur. Medio maart 2002 werden hij en zijn
broers Orhan en Önder opgepakt voor moord. Een moord die zijn jongste
broer Orhan heeft gepleegd, maar waarvoor Özkan en Önder nu al vijf
jaar vastzitten. Orhan zelf, die tijdens het gepleegde delict zestien
was, is al weer een tijdje op vrije voeten, maar zijn oudere broers
zitten nog steeds. Önder kreeg tien jaar en Özkan levenslang.
Doofpot
"Het heeft lang geduurd voor ik iets van berusting voelde. De eerste
jaren was ik verschrikkelijk somber het wilde er bij mij niet in dat
zoiets in een land als Zweden kon gebeuren. Pas toen Dick en Christian
over de zaak gingen schrijven, eerst in de krant en later in hun boek,
en steeds meer mensen in actie kwamen met petities en een speciale website
voor ons, ben ik er weer een beetje in gaan geloven. Ik ging weer wat
licht aan het eind van de tunnel zien. Hoe meer mensen zich ermee bemoeien,
des te groter de kans dat we een nieuw proces krijgen. Zeker nu we wachten
op de uitslag van het verzoek om herziening. Dan kan het OM de zaak
niet in de doofpot stoppen. Justitie is bang voor de pers. Dat merk
je aan alles. Ook ben ik erg blij met jullie belangstelling in Nederland.
Zweden staat internationaal bekend als een toonbeeld van democratie
met gelijke rechten voor iedereen. Maar als allochtoon ben je hier voor
de rechtbank helemaal niemand. Ze hadden tegen ons geen enkel bewijs
en toch zijn we veroordeeld. Niemand begrijpt waarom ik hier zit."
"Als je een Zweeds uiterlijk had gehad en een Zweedse naam, was je nooit
veroordeeld, zei iemand laatst tegen me. Discriminatie viert hoogtij
in deze zaak." Het personeel van de gevangenissen waar de broers zitten,
heeft het boek gelezen. Ook veel medegedetineerden hebben zich in hun
verhaal verdiept. "Ze begrijpen niet wat ik hier doe," zegt Özkan. Hij
zucht diep. Volgens Önder is het erg belangrijk dat het brede publiek
weet wat er echt is gebeurd. "Nadat Christan Holmén zijn eerste serie
artikelen over ons in Expressen had gepubliceerd - wij zaten toen nog
in het Huis van Bewaring werd de houding van het personeel daar opeens
heel anders. Ze werden plotseling veel aardiger tegen Özkan en mij,
behandelden ons met meer begrip dan daarvoor. Ook daar zeiden ze dat
een autochtone Zweed zoiets nooit zou zijn overkomen. Het probleem is
dat we toevallig de grote broers van Orhan zijn. Dan zullen we ook vast
wel een misdrijf hebben gepleegd. Maar dat Özkan en ik zijn oudere broers
zijn, betekent niet dat we schuldig zijn." Het is een spannende tijd
voor de jongens. Een commissie van het Hooggerechtshof studeert nu al
maanden op hun verzoek om herziening. Deze herfst wordt bekend of ze
een nieuw proces krijgen. "Ik droom er 's nachts van," zegt Önder. "Dan
droom ik dat ik word vrijgesproken. Als ik wakker word, wil ik terug
naar mijn droom, ik wil terug naar dat gevoel. Er moeten toch mensen
zijn die hier niet mee kunnen leven. Er is een waarheid en die moet
een keer boven tafel komen. Iedereen maakt fouten in zijn werk, dat
is normaal. Maar politie en justitie weigeren toe te geven dat ze fouten
hebben gemaakt, ze doen of ze onfeilbaar zijn. Niemand is onfeilbaar,
ook zij niet."
Talloze getuigen
Özkan
denkt dat ze worden vrijgesproken: "Er is niet bewezen dat we bij die
moord aanwezig zijn geweest. Sterker nog: er zijn talloze getuigen die
ons die avond in een andere stad hebben gezien. We zijn veroordeeld
op basis van aanwijzingen. Een verklaring van een criminele, aan drugs
verslaafde oom en het feit dat mijn mobiele telefoon die nacht in Stockholm
was. Dat kan kennelijk zomaar in Zweden. Een aantal schakels in een
ketting maken het 'aannemelijk' dat het zo gelopen is. Ik vind het de
taak van het OM met bewijzen te komen … en die zijn er niet, want we
hebben het niet gedaan." Hun jongste broer, Orhan Yildiz, de toen nog
minderjarige dader, heeft bekend. Na eerst talloze keren ontkend te
hebben, stortte hij in augustus 2002 in - in de rechtszaal, tijdens
de behandeling van zijn hoger beroep. Hij zei dat hij geschoten had.
"Plotseling zei Orhan dat hij Radu vermoord had. Hij had het moordwapen
vastgehouden. In de rechtszaal begon hij hard te huilen. (…) Officier
van justitie Henrik Söderman zei dat hij ervan overtuigd was dat Orhans
bekentenis echt was (…). Orhan vertelde ook dat hij het pistool en wat
munitie onder een steen in de bosjes aan de oever van Edsviken in Sollentuna
had verborgen. Toen hij de politie en de officier van justitie de plek
liet zien, werd het pistool niet gevonden, maar vond men wel twee patronen,
waarvan één van exact hetzelfde, tamelijk ongewone kaliber waarmee Radu
was doodgeschoten. Orhan bekende weliswaar dat hij de moordenaar was,
maar zei bij het nieuwe verhoor tevens dat zijn broers Özkan en Önder
er helemaal niet bij waren. Zij waren die nacht in Gävle, precies zoals
ze de hele tijd hadden verklaard. Daar geloofde officier van justitie
Henrik Söderman helemaal niets van." (Drie Broers, pag. 45)*
Mobiele telefoon
"Orhan doet zijn best, hij praat met journalisten en probeert de zaak
onder de aandacht van het publiek te brengen. Maar het is wel een beetje
laat," zegt Özkan. Hij vertelt dat hij nog steeds contact heeft met
zijn jongste broer, maar dat hij voelt dat hij kil is tegen hem. Zijn
hele leven heeft hij geprobeerd Orhan op het juiste pad te houden, hem
in de gaten te houden. Om die reden leende hij op 26 februari 2002 zijn
mobiele telefoon aan hem uit. Hij wilde hem kunnen bereiken. De volgende
dag had Orhan een afspraak met de sociale dienst en Özkan wilde dat
hij daar ook werkelijk heen zou gaan. Die stap is Özkan duur komen te
staan. Zijn mobiele telefoon was in Stockholm, zelf was hij in Gävle.
Maar justitie was blijkbaar van mening dat je altijd op dezelfde plek
bent als je mobiel. Maar "een mobieltje is geen lichaamsdeel," schrijft
Dick Sundevall in 'Drie Broers'.
|
| Op
26 februari 2002, drie minuten voor middernacht, wordt de 19-jarige
Radu Acsinia vermoord in het metrostation van Rinkeby, West-Stockholm.
Er worden elf kogels op hem afgevuurd. Na een dramatische politiejacht
worden vier jongen aangehouden die allemaal in Sollentuna wonen,
een voorstad van Stockholm: de drie Koerdische broers Önder, Orhan
och Özkan Yildiz en hun neef Ayhan Yildiz. De rechtbank van Stockholm
veroordeelt de vier voor moord zonder dat men heeft kunnen vaststellen
wie de dodelijke schoten heeft gelost. In hoger beroep bekent de
dan 17-jarige Orhan Yildiz dat hij geschoten heeft. Ook verklaart
hij dat zijn twee broers niet op de plaats van het misdrijf zijn
geweest. Het gerechtshof gelooft hem niet. Er wordt geen rekening
mee gehouden dat meer dan vijftien getuigen onafhankelijk van elkaar
de verklaring van Orhan onderschrijven. Na drie jaar van diepgaand
onderzoek publiceren de onderzoeksjournalisten Christian Holmén
en Dick Sundevall in 2005 hun boek " Drie broers", waarin ze niets
heel laten van de bewijsvoering door het OM tegen Önder en Özan
Yildiz. Bovendien voeren ze nieuw bewijsmateriaal aan dat de beide
broers ontlast. Ze tonen onweerlegbaar aan dat de broers ten tijde
van de moord in Gävle waren, ruim 170 kilometer ten noorden van
Stockholm. |
Nu is het wanhopige wachten aangebroken. Wachten op een nieuw proces -
of niet. Özkan vertelt over de zenuwen en de anti-depressiva die hij heeft
geslikt en Önder vertelt me zijn dromen. Beide jonge vaders zijn er bijna
aan onderdoor gegaan. Hun zoontjes, alle drie jonger dan tien jaar, vragen
wanneer pappa thuiskomt. Özkan raakt geëmotioneerd als hij over Berkan,
zijn zoontje van vijf, vertelt. Tijdens zijn geboorte zat hij vast. "Gisteren
was hij nog hier, op bezoek. Ik bel hem bijna elke dag, maar ik wil niet
te vaak bellen en zijn dagelijkse leventje verstoren." Over een paar weken
krijgt hij voor het eerst verlof. Hij mag dan vier uur onder begeleiding
van drie personeelsleden de gevangenis uit. "Ik ga met hem naar Mc Donalds
en we gaan fietsen," zegt hij terwijl hij zich verontschuldigt voor zijn
tranen. Als hij niet wordt vrijgesproken, hoopt hij in ieder geval op
strafvermindering. "Als ik de tijd kon terugdraaien, was dit niet gebeurd.
Dan had ik Orhan tegengehouden, zoals altijd." Önder zegt hetzelfde. "Ik
kan hem het gebeurde niet blijven kwalijk nemen. Het was een conflict
tussen twee jongens die geen van beide wilden toegeven. Het had ook andersom
kunnen aflopen, dan zou Orhan zijn neergeschoten. Hij vreesde voor zijn
leven. Dat begrijpt iedereen, ook de politie en de rechter. Als Özkan
en ik het hadden geweten, dan hadden we hem tegengehouden. Dan was dit
alles niet gebeurd. Maar Orhan wilde zijn eigen boontjes doppen. Zo`n
stoere is het wel. Maar in de rechtszaal brak hij en begon hij te huilen.
Nooit eerder had ik Orhan zo kwetsbaar gezien." Beide broers halen kracht
uit de mensen die hen steunen. Ook voor hen willen ze niet opgeven.
Een eeuwigheid
"Er zijn gelukkig steeds meer mensen die in ons geloven," zegt Önder.
"Voor hen moet ik doorgaan. En voor mijn kinderen." Önder Yildiz, die
tien jaar kreeg en geen levenslang omdat hij in 2002 nog geen eenentwintig
was, kan als alles meezit over ruim anderhalf jaar vrijkomen. "Dat lijkt
een eeuwigheid", zegt hij. "Als je al vijfenhalf jaar lang bezig bent
justitie ervan te overtuigen dat je onschuldig bent en ze luisteren niet,
geloven je niet, dan gaat de tijd ontzettend langzaam." Önder, die kennelijk
heeft uitgezien naar mijn komst, heeft een taart voor me gebakken. Het
regime in Täby is iets minder streng dan in Norrtälje. Bovendien heeft
hij, op grond van zijn kortere strafduur, recht op meer verlof. Soms zelfs
een heel weekend. "Verlof, thuis zijn, weg van dit alles, bij mijn vrouw
zijn en bij mijn twee kinderen, dat voelt echt fantastisch. Het is of
je in twee heel verschillende werelden leeft. Maar echt vrij ben je nooit.
Je moet altijd weer terug en de gevangenis draag je altijd en overal met
je me, als een loodzware last. Van die last moeten we nu eindelijk af.
Wanneer? Wist ik het maar." "Het gekke is dat in alle westerse landen
politie en justitie moeten bewijzen dat een verdachte schuldig is", zegt
Önder. "Anders wordt iemand niet veroordeeld. Maar in ons geval moeten
wij bewijzen dat wij onschuldig zijn. Maar hoe kun je nu bewijzen dat
je iets niet hebt gedaan? Toch hebben meer dan tien mensen, onafhankelijk
van elkaar, verklaard dat wij op het tijdstip van de moord in Gävle waren,
170 kilometer van Stockholm vandaan. Volgens het OM liegen die allemaal,
of ze vergissen zich in de datum. Dat is toch krankzinnig!" "De afgelopen
jaren heb ik wel eens gedacht er een eind aan te maken, maar heb die gedachte
gauw weer laten varen. Als ik dat doe, wordt mijn gezin extra getroffen.
Ik wil niet dat mijn kinderen moeten opgroeien zonder vader." Toekomst
Beide broers dromen van een toekomst waarin de waarheid aan het licht
is gekomen en ze eindelijk weer een normaal leven kunnen leiden. Önder
wil het liefst in de bouw gaan werken: "Iets met mijn handen, dat heb
ik altijd fijn gevonden. En ik wil mijn rijbewijs halen, ik wil weer een
gewoon mens worden, net als alle anderen. Maar zowel Önder als Özkan twijfelen
eraan of ze na het gebeurde ooit nog in Zweden als gewone burgers kunnen
leven, en denken erover Zweden voorgoed te verlaten. Özkan: Ik moet er
nog met mijn familie over praten, maar ik wil naar een land waar ik als
mens word gerespecteerd. Ja, ik ben een Zweed, ik ben hier geboren, maar
ik zie er niet uit als een Zweed en dat scheelt een hoop, dat hebben we
aan den lijve ondervonden." Eigenlijk durven ze nauwelijks over hun toekomst
na te denken, laat staan te praten. "Eerst maar eens zien of ik nog wel
een toekomst heb", zegt Önder. "Eerst maar eens worden vrijgesproken,
dan komt de volgende stap." Ook hij piekert wel eens over verhuizen naar
een ander land om een compleet nieuw leven te beginnen. "Maar mijn kinderen
groeien hier op, spreken Zweeds en hebben hier hun vriendjes. En ik ben
Zweeds staatsburger, ben hier geboren. Dus ben ik net zo veel Zweed als
iedere ander. Verhuizen is ook een vorm van vluchten en dat wil ik niet."
(*) Drie Broers Relaas van een gerechtelijke dwaling door: Christian
Holmén, Dick Sundevall paperback, 360 pag., uitgever: de Rode kamer
ISBN: 97890 7812 40 09
|